De oorspronkelijke inrichting van de verdieping is geheel verloren gegaan in de loop der tijd. Als enig overblijfsel zijn nog enkele, aan de spanten bevestigde ondersteuningen gevonden voor de oplegging van liggend rondhout voor het drogen van lakens e.d. In de tijd van Pieter Klazes Iest was er sprake van een ‘boven-voorkamer’, mogelijk door Elisabeth Iest bewoond, een zolderkamertje en een zolder. Verder resteerden nog twintigste-eeuwse behangresten tegen het dakhout, in een blauw verfijnd bloempatroon. In 1970 is de verdieping geheel opnieuw ingedeeld en voorzien van vier slaapkamers en een badcel.

Door de ruimte geheel te ontruimen is er een grote leefruimte ontstaan, waarvan enkele delen zijn afgescheiden. Een klein deel in de noordwest hoek, met deels ondoorzichtig glazen wanden is ingericht als badcel. De grote dakkapel op het achterdak is vervangen door een loggia, waarvan de (buiten)wanden zijn voorzien van glaspuien. De wand die grenst aan de trapopgang voorziet daarmee de trap van daglicht.

Aan de voorzijde is de monumentale dakkapel afgescheiden van de woonruimte door middel van glaspuien met isolerend glas. Deze ruimte is niet verwarmd en daarmee konden de oude fragiele en fijn gedetailleerde schuiframen en kozijnen behouden blijven. Van daaruit is een fraai gezicht op de Sint Vituskerk.

Verdieping dakkapel binnen voorzijde

Verdieping dakkapel binnen voorzijde. Foto Edward Roussou.