Hendrik Hooghoudt en Menna Hofstee

Hendrik Hooghoudt en zijn vrouw Menna Hofstee. Foto. Archief: Documentatiestichting Leeuwarderadeel (Stiens).

Vanuit Groningen komt in 1901 de arts Hendrik Hooghoudt naar Stiens. Hij was de jongere broer van Hero Jan Hooghoudt, de oprichter van de firma Hooghoudt (1888). De nieuwe bewoner neemt enkele nieuwe initiatieven, zoals de bouw van een huisje op het erf, uitgevoerd in geel-rode steen, appelbloesem genoemd. Het huisje heeft ook een zolder. De functie was onduidelijk. Men dacht aanvankelijk dat het ouder was en de functie van pauwenhuis had gehad. Het huis is voorzien van twee fraaie hoge schuiframen aan iedere lange zijde en ook de toegangsdeur heeft een zeer fraai gedetailleerd raam. Uit de aktes blijkt dat Hooghoudt in 1911 een bergplaats sticht en een jaar later een schuur, maar waarom zou een schuur zoveel fraai vormgegeven ramen hebben? Uit de aktes is er geen verwijzing te vinden naar de oorspronkelijke functie van dit huisje. Het huisje staat exact op de grens tussen Smelbrêge 6 en 7 en de schuine inspringende hoek lijkt de bocht van de vroegere openbare ‘steeg’ te volgen. Met de overkraging van de bovenverdieping wordt de ruimte maximaal gebruikt.

Ook in de woning wordt er vertimmerd. Een plafondbedekking in de voorkamer, bij de laatste bewoner de spreekkamer, toont de signatuur van de timmerman ‘T. Greijdanus Friesland, werkend bij A. Polstra, Stiens’, gedateerd 24 maart 1908. Het teruggevonden bloembehang in de aangrenzende kamer, bij de laatste bewoner de wachtkamer, is van omstreeks 1910–1920. Wellicht heeft Hooghoudt aan het einde van het eerste decennium van de twintigste eeuw deze ruimtes hun bestemming gegeven.

Hooghoudt besluit in 1924 het aan de noordzijde naastgelegen pand en perceel (Smelbrêge 7) erbij kopen. Hij zorgt er vervolgens in 1927 voor dat de ‘massale steeg’ die tot dan toe semi-openbaar gebied was, kadastraal wordt ingedeeld bij huisnummer 6 waarbij aangetekend wordt dat ‘ondergeteekende en zijne rechtsvoorgangers die steeg benevens de stoepen, straten en walbeschoeiingen steeds hebben onderhouden en zij gedurende meer dan dertig jaren te goeder trouw voortdurend, onafgebroken, ongestoord, openbaar en niet dubbelzinnig in het bezit van de grond zijn geweest als eigenaren (…)’.

De stenen paaltjes die in 1900 ‘met stakettingen’ nog het hekwerk vormen van pand nummer 6, blijken later gebruikt te zijn voor de erfafscheiding van nummer 7. Zij staan er nu nog.

Foto’s uit 1928 laten zien dat aan de achterzijde van het huis een serre was met daarin op de wand een groot schilderij of muurschildering, een tuin voorstellend. Of deze gebouwd is in de tijd van zijn voorganger dokter Terpstra is niet bekend.