Familie Terpstra

Ype Terpstra en zijn vrouw Jetske Abma, met de kinderen Doekele (r.) en vermoedelijk Watze (l.). In het midden huishoudster Bijlsma, die met de familie naar Hilversum verhuisde. Foto, ca. 1908. Archief: Documentatiestichting Leeuwarderadeel (Stiens).

Ype Terpstra vestigt zich als arts in 1889 in Stiens zoals blijkt uit een advertentie in de Leeuwarder Courant van 20 februari van dat jaar. Vermoedelijk doet hij eerst dienst in het pand van Jeen Iest die in 1886 overleed en waarin zich een spreekkamertje en apotheek bevond. Diens pand wordt in februari 1893 verkocht.

Ype Terpstra koopt het Doktershûs aan Smelbrêge 6 in september 1892, na het overlijden van Elisabeth Iest en besluit de woning twee jaar later, in 1894, te verbouwen. Het metselwerk aan de buitengevel laat zien dat dit zeker het achterste deel van de woning betreft. Vrijwel zeker heeft hij de apotheek, boven de kelder, laten bouwen. Mogelijk was zijn broer, Johannes Terpstra, de ontwerper van de nieuwe aanbouw. Deze was gemeentearchitect van Leeuwarderadeel. In de hoofdgang is een rijk gestukadoord plafond in neorenaissance stijl en keramische geometrische vloertegels, die hun oorsprong hadden in de neogotiek zoals dit in Engeland voorkwam en het begin van de industrialisatie markeren. Het plafond is, zo bleek tijdens de restauratie in 2013, voorzien van een zachtgroene tint en de plantmotieven gedecoreerd met goudkleurige accenten. Op de wanden is eveneens tijdens de restauratie een bijzondere decoratie ontdekt van plantranken met donkere bessen op de hoogte van de lambrisering terwijl de lambrisering zelf geschilderd is in een marmerpatroon, rood aan de rand en een geel-okerkleurig middenpaneel, terwijl bij de entrée een fraai geschilderde vaas met bloemen een illusionistisch geschilderd zuiltje bekroont. Mogelijk is er enig verband met het werk van de Leeuwarder architect Hendrik H. Kramer die, met name in de eerste helft van de twintigste eeuw bekend werd om zijn architectuur in neo-renaissance stijl en een strenge vorm van art-deco architectuur. Eenzelfde marmerpatroon als in de hoofdgang, maar mogelijk van een andere hand, is te vinden langs de aangrenzende trap en in de gang in het achterste deel van het huis met de patiënteningang. Deze gang in het achterste deel, waarin zich ook de apotheek bevindt, heeft op lambriseringshoogte een veel eenvoudiger decoratie in sjabloontechniek. Merkwaardigerwijs is een vergelijkbaar eenvoudiger decoratieve rand ook aanwezig op het plafond in de hoofdgang tussen de randen van het stuukwerk. Nader onderzoek heeft aangetoond dat deze schilderingen vrij uniek zijn in Nederland. Misschien kwam het vaker voor maar er is zeer weinig van over. De monumentale gang dateert vrijwel zeker uit de tijd van de verbouwing van het huis in 1894 terwijl de gestileerde geschilderde plantrank boven de lambrisering van een later datum is, waarschijnlijk uit 1908 toen Terpstra’s opvolger, H. Hooghoudt, het pand opknapte.

Om gezondheidsredenen vertrekt Ype Terpstra naar Hilversum en verkoopt het pand op 4 april 1901.