Willem van Riemsdijk
English text see below

Lindenlaantje met Haarlems klokkenspel bij Martenastate. Foto: Stinze Stiens.

Lindenlaantje met Haarlems klokkenspel bij Martenastate. Foto: Stinze Stiens.

Het Haarlems klokkenspel is in meerdere opzichten een heel bijzondere stinzenplant.

Dr. J. Botke, De Gritenij Dantumadiel, Dokkum 1932

Dr. J. Botke, De Gritenij Dantumadiel, Dokkum 1932

Als Dr. J. Botke in 1932 in zijn boek De Gritenij Dantumadiel voor het eerst de term ‘stinsplant’ gebruikt verwijst hij onder andere naar het voorkomen van het Haarlems klokkenspel bij de Schierstins in Veenwouden. Volgens de overlevering zouden de inwoners van Veenwouden deze plant Stinzeblomkes hebben genoemd. Dit is waarschijnlijk de reden dat de plant wel de ‘moeder aller stinzenplanten’ wordt genoemd. De plant is ook bijzonder door zijn opvallende dubbele witte bloemen en omdat het de enige soort van de huidige ‘stinzenplanten’ is die niet in het wild voorkomt.

Knolsteenbreek bij de Schierstins. Foto: Schierstins.

Knolsteenbreek bij de Schierstins. Foto: Schierstins.

De plant is een mutatie van de in het wild voorkomende Knolsteenbreek. In Nederland komt de Knolsteenbreek nog maar op enkele plaatsen op redelijke schaal in het wild voor. De plant staat dan ook op de Rode lijst. Het Haarlems klokkenspel  komt in Nederland alleen in zeer beperkte mate in Stinzenmilieus voor. Dit komt omdat de plant tamelijk speciale eisen stelt aan de groeiplaats en het beheer. Vroeger kwam de plant op vrij grote schaal voor in de Haarlemmerhout. Dit kan de Nederlandse naam verklaren. 

Haarlems klokkenspel bij de Schierstins. Foto: Schierstins.

Haarlems klokkenspel bij de Schierstins. Foto: Schierstins.

In de literatuur over stinzenplanten is weinig te vinden over de geschiedenis van deze bijzondere plant. Vaak wordt vermeld dat de plant rond 1720 in Nederland is geïntroduceerd en wordt verder verwezen naar De Schierstins in Veenwouden en/of Botke en de Haarlemmerhout. Gestimuleerd door de mooie website haarlemsklokkenspel.nl heb ik onderzoek gedaan naar de geschiedenis van deze plant.

Een belangrijke ‘vondst’ is de eerste druk van de Gardener’s Dictionary uit 1731 van Philip Miller (1691- 1771). Philip Miller werd in 1722 hoofd van de Chelsey Physic Garden. Deze tuin bestaat nog steeds en is in 1673 gesticht door een apothekersvereniging. De tuin bevatte aanvankelijk vooral geneeskrachtige planten. In die tijd was er veel interesse voor de naamgeving en indeling van planten. In de Gardener’s Dictionary wordt beschreven dat het Haarlems klokkenspel voor het eerst in het wild is gevonden in Engeland, daarna is gecultiveerd en toen al veel in tuinen voorkwam. In de Nederlandse vertaling van dit boek uit 1745, het Groot en algemeen kruidkundig, hoveniers, en bloemisten woordenboek, staat het aldus beschreven:

 ..is in ’t wild gevonden van Mr. Josef Blend, Tuinman te Barns, die ze in zijnen tuin verplantte, en naderhand meedeelde aan verscheiden liefhebbers, sedert welken tijd ze zo sterk vermenigvuldigd is, dat ze een zeer gemeene plant geworden is in de meeste tuinen omtrent Londen, alwaar ze doorgaans geplant word in potten, om Hofpleinen in de Lente te versieren. Deeze plant word vermenigvuldigd door Afzetzels, die in groote menigte uit de oude wortels voortkomen. De beste tijd om ze te verplanten is in Julij, nadat haare bladen verdord zijn, wanneer ze in verse onbemeste aarde moeten geplant, en in de schaduw gezet worden tot den Herfst, maar in den Winter konnen ze aan de Zon bloot gesteld worden, die ze wat vroeger in de Lente doet bloejen. Deeze planten bloejen in April, en indien ze groote trossen hebben, maaken ze op dien tijd eene zeer fraaje vertooning, om welke reden de meesten ze drie of vier jaar ongeroerd laaten staan, en wanneer ze verplant worden, planten ze ze altijd met bosjes, opdat ze meer bloemen zouden voortbrengen. Indien deeze planten in den vollen grond gezet worden, moeten ze een beschaduwde standplaats hebben, anders willen ze niet tieren.

In de originele Engelse uitgave is er sprake van Joseph Blind. Er is weinig bekend over wie deze man was. Uit de literatuur ( Maisie Brown, Webb) is een William Blinde uit Barnes bekend die kweker was en voor rijke mensen werkte. Hij overleed in 1693. Bij zijn overlijden bezat hij een collectie zeldzame en kostbare planten. Archief onderzoek (Webb) geeft aan dat Joseph Blind zijn zoon was, die ‘gardener’ was en overleed in 1739. Dit is dus de man geweest die wordt genoemd in de Gardener’s dictionary als de ontdekker en eerste kweker van wat wij nu het Haarlems klokkenspel noemen.

Boerhaave Index Plantarum 1720

Herman Boerhaave, Index Plantarum quae in Horto Academico Lugduno-Batavo aluntur, Leiden 1720.

Herman Boerhaave, Index Plantarum, 1720

Herman Boerhaave, Index Plantarum quae in Horto Acadêmico Lugduno-Batavo aluntur, Leiden 1720.

Uit verder literatuuronderzoek wordt ook duidelijk waar het vaak geciteerde jaartal van 1720 vandaan komt. Dit gaat terug op de beroemde arts/chemicus/botanicus uit Leiden, Herman Boerhaave (1668-1738). In 1709 wordt hij benoemd tot hoogleraar in de botanie en kreeg hij de verantwoordelijkheid over de ‘Horti Academici Lugduno-Batavi’, de botanische tuinen van de universiteit Leiden. In 1710 geeft hij een boekje uit waarin de planten van deze tuin worden beschreven. Het Haarlems klokkenspel komt hier niet in voor.
In 1720 volgt er een nieuwe uitgave waarin veel meer planten worden beschreven. In dit boek komt de plant wel voor die hij aanduidt met de naam Saxifraga rotundifolia alba, flore pleno. Dit betekent Witte saxifraga met rondachtige bladeren en dubbele bloemen. Hij meldt dat hij de plant heeft gekregen uit de tuin van de heer du Bois: Ex Horto Domini du Bois. Het gaat hier om de Engelsman Charles du Bois (1658-1740). Hij was kashouder van de Engelse Oost-Indische compagnie, welgesteld en zeer actief op het gebied van de botanie met een grote tuin met een verzameling zeldzame planten.

Dubois (‘Double white Saxifrage

Haarlems klokkenspel uit: Herbarium van Charles Dubois ,‘Double white
Saxifrage, Found near Croydon in Surrey’, met aantekening: ‘Saxifraga granulata L. flore pleno’, no. 982, © Oxford University Herbaria.

Du Bois heeft een groot Herbarium aangelegd dat momenteel wordt beheerd door de Oxford University Herbaria. In dit Herbarium bevindt zich ook het Haarlems klokkenspel. Als vindplaats van de plant wordt vermeld Croydon in Surrey. Dit ligt 20 km. ten zuidwesten van Barnes. Uit het bovenstaande kunnen we afleiden dat naar alle waarschijnlijkheid Joseph Blind de plant daar heeft gevonden en dat Charles du Bois die opgenomen heeft in zijn privé verzameling zeldzame planten en zijn Herbarium. In die tijd waren er meer welgestelde mensen die grote interesse hadden in de botanie in Engeland en Nederland. Er waren ook intensieve contacten tussen deze heren in Engeland en Nederland zoals onder andere blijkt uit het feit dat Boerhaave de plant kreeg van de Engelsman Charles du Bois.

William Sherard (‘Saxifraga rotundifolia, alba flore pleno’

Haarlems klokkenspel uit: Herbarium van William Sherard, ‘Saxifraga rotundifolia, alba flore pleno’, no. 2056, © Oxford University Herbaria.

William Sherard (1659-1728) is een Engelse botanicus, tijdgenoot van Charles du Bois, die zich ook interesseerde voor naamgeving en classificatie van planten. Ook hij heeft een Herbarium aangelegd dat nu eveneens beheerd wordt door de Oxford University Herbaria. In dat Herbarium bevindt zich ook een exemplaar van het Haarlems klokkenspel met een verwijzing naar het boek van Boerhaave.

Carl Linnaeus in Laplands kostuum

Martin Hoffman, Portret van Carl Linnaeus in Laplands kostuum met in zijn had het Linnaeus klokje ‘Linnaea borealis’, door tijdgenoot Jan Frederik Gronovius naar hem genoemd. Coll. Museum Boerhaave, Leiden.

Boerhaave zelf was ook geïnteresseerd in het in die tijd populaire onderwerp van classificatie en indeling van planten. Boerhaave die al op vrij hoge leeftijd was en wiens gezondheid toen te wensen overliet kwam in contact met de jonge Carl Linnaeus die toen net was gepromoveerd aan de universiteit van Harderwijk, waar Boerhaave ook zijn promotie had behaald. Boerhaave was zeer onder de indruk van Linnaeus en hij zorgde ervoor dat Linnaeus, arts/plantkundige/zoöloog/geoloog, de lijfarts werd van de Engelsman George Clifford, die een schatrijke bankier was in Amsterdam. Ook zou Linnaeus de tuin van de buitenplaats van Clifford, De Hartekamp, gaan beheren, en de planten uit deze tuin en het Herbarium van Clifford moeten beschrijven. Deze buitenplaats ligt naast de buitenplaats Huis te Manpad in Heemstede. Linnaeus verbleef van 1735 tot 1737 op de buitenplaats Hartekamp.

Carolus Linnaeus, Hortus Cliffortianus

Carolus Linnaeus, Hortus Cliffortianus, Amsterdam 1737.

Hij heeft in die tijd het boek Hortus Cliffortianus geschreven dat in 1737 is geproduceerd en in 1738 op de markt kwam. In dit boek beschrijft hij de soorten die in de tuin, de verwarmde kassen en/of in het Herbarium van Clifford voorkwamen. Ook worden de boeken genoemd die in de privé bibliotheek van Clifford aanwezig waren. Het boek van Philip Miller was ook aanwezig in die bibliotheek. In de eerste druk van de Gardener’s Dictionary staan ook de mensen vermeld die op het boek hebben ingeschreven en ook daaruit blijkt dat Clifford dit boek had aangeschaft en dat Linnaeus daar dus toegang toe had. In het boek van Linnaeus wordt het Haarlems klokkenspel beschreven, waarbij naar Boerhaave wordt verwezen, zonder te verwijzen naar een specifieke publicatie van Boerhaave. Het boek van Linnaeus heet: Hortus Cliffortianus, De tuin van Clifford.
Het Herbarium van Clifford wordt momenteel bewaard in het Natural History Museum in Londen. In dit Herbarium bevindt zich een exemplaar van het Haarlems klokkenspel. 

Aubriet Haarlems klokkenspel

Tekening van Haarlems klokkenspel door Claude Aubriet (1665-1742), Musée national d’histoire naturelle, Parijs, portefeuille 49, folio 36.

De plant werd al vrij snel bekend in Europa.  De bekende Franse illustrator van planten Claude Aubriet (1665-1742) heeft in de eerste helft van de 18e eeuw het Haarlems klokkenspel afgebeeld. De plant wordt iets later vrij uitgebreid beschreven in La Nouvelle maison Rustique van Bastien uit 1798 en mogelijk ook al in eerdere drukken van dit boek. In een Duitse kwekerscatalogus uit 1802, geschreven door Louise Corthum, Verzeichnis und kurze Beschreibung der in Freien ausdauerenden  Stauden, Zwiebel und Knollgewächse die bei dem Kaufmann Karl Corthum in Zerbst um beigesetzte Preise zu bekommen sind, komt de plant voor en in 1814 wordt hij door haar vader Johann Carl Corthum in zijn boek Handbuch für Gartenfreunde und Blumenliebhaber beschreven.
In dit boek uit 1814 staat het volgende (door mij vertaald): Saxifraga granulata flore pleno, met wortels als graankorrels. De gevulde soort verdient de voorkeur, omdat ze in Mei witte bloemen heeft zoals het Lente- en Zomer-klokje. De stengels worden een voet hoog en verwelken samen met de bladeren meteen na de bloei, en de plant waarvan men denkt dat hij dood is, loopt weer uit in Juni en blijft in de winter groen. Ze houdt meer van vochtige dan van droge bodem.

Flora Frisica

J.J. Bruinsma, Flora Frisica. Naamlijst en Kenmerken der Zigtbaar-Bloeijende Planten van de Provincie Friesland, Leeuwarden 1840.

In de Flora Frisica van de Leeuwarder apotheker J.J. Bruinsma uit 1840 wordt gemeld dat: de plant veelvuldig voorkomt te Kornjum. Daar is hij nu nog steeds te bewonderen op Martenastate in een prachtig laantje met knotlinden. In de Flora Batava, deel 15 uit 1877 worden diverse vindplaatsen gemeld. Behalve in Kornjum, word o.a. de Haarlemmerhout genoemd: waar hij op verschillende plaatsen in groot aantal groeit, en waar in middeleeuwen een klooster gestaan zou hebben. Ook wordt de hofstede Elswout genoemd, waar het nu ook nog voorkomt. Er wordt opgemerkt dat de plant op plaatsen voorkomt waar de plant zich in ouden tijd uit de tuinen heeft kunnen verwilderen. Momenteel wordt de plant weer gekweekt, zie: haarlemsklokkenspel.nl 

Haarlems klokkenspel bij Martenastate

Haarlems klokkenspel bij Martenastate. Foto: Sjoerd Hogerhuis.

Herman Boerhaave, 1720, Leiden, Index alter plantarum (p.)

J. Botke, 1932, Dokkum bij J.Kamminga, De Gritenij Dantumadiel, (p.86/87)

M. Brown 1997, Historical Publications, Barnes and Mortlake Past, with East Sheen, (p.21)

J.J. Bruinsma, 1840, Leeuwarden bij W.Eekhoff, (p. 76), Flora Frisica (p.76)

J.F. Bastien, 1798, Parijs, La Nouvelle Maison Rustique (p.750) 

L. Corthum, 1802, Zerbst bei Andreas Füchsel, Verzeichnis und kurze Beschreibung der in Freien ausdauerenden Stauden, Zwiebel und Knollgewächse die bei dem Kaufmann Karl Corthum in Zerbst um beigesetzte Preise zu bekommen sind (p. 61/62)

J.C. Corthum, 1816, Zerbst bei Johann Wilhelm Kramer, Handbuch für Gartenfreunde und Blumenliebhaber, Fünftes Bändchen (p.103/104)

Carl Linnaeus,  Amsterdam, 1737, Hortus Cliffortianus, p. 167, Saxifraga rotundifolia alba, pleno flore. Boerh., 

Philip Miller, 1731, London, The Gardeners Dictionary (geen pagina nummering)

Philip Miller, 1745, Leiden, Groot en algemeen kruidkundig, hoveniers, en bloemisten woordenboek deel 2, p.777/778

C. Webb, Peculiar Court of the Archbishop of Canterbury in the Deanery of Croydon 1660-1751: Index to the Wills and Administrations (West Surrey Family History Society, 1998), ref. 929.3open.  See p.4 which refers to William Blind and also to the will of Joseph Blind of Barnes, gardener, who died in 1739.  

ENGLISH VERSION TEXT (Pictures in Dutch version above)

How ‘Haarlems’ is Double Meadow Saxifrage, called in Dutch: Haarlems klokkenspel?

The Double Meadow Saxifrage  (Saxifraga granulata ‘Plena’) is in many ways a very special stinzenplant. Dr. J. Botke in his book De Gritenij Dantumadiel used the term ‘stinsplant’ for the first time in 1932, he refers among other things to the appearance of the Double Meadow Saxifrage at the Schierstins in Veenwouden. According to tradition, the inhabitants of Veenwouden would have named this plant Stinzeblomkes. This is probably the reason that the plant is sometimes called the mother of all stinzen plants. The plant is also special because of its striking double white flowers and because it is the only species of the current ‘stinzenplanten’ that does not occur in the wild. The plant is a mutation of the wild Meadow Saxifrage. In the Netherlands, the Meadow Saxifrage is only present in a few places on a reasonable scale in the wild. The plant is also on the Dutch Red list. The Double Meadow Saxifrage is only present in the Netherlands in a few terrains with Stinzenplants. This is because the plant places rather special demands on the growing location and management. In the past the plant was found on a fairly large scale in the Haarlemmerhout, a small woodland in the vicinity of the city of Haarlem. This can explain the Dutch name.

Little is to be found in the literature on Stinzenplants about the history of this special plant. It is often mentioned that the plant was introduced in the Netherlands around 1720 and is further referred to De Schierstins in Veenwouden and / or Botke and the Haarlemmerhout. Stimulated by the beautiful website haarlemsklokkenspel.nl I have researched the history of this plant.

An important ‘find’ is the first edition of the Gardener’s Dictionary from 1731 by Philip Miller (1691-1771). Philip Miller became head of the Chelsey Physic Garden in 1722. This garden still exists and was founded in 1673 by a pharmacy association. The garden initially contained mainly medicinal plants. At that time there was a lot of interest in the naming and classification of plants. In the Gardener’s Dictionary it is described that what is now called Double Meadow Saxifrage was found in the wild for the first time in England, then cultivated and spread to many gardens in the vicinity of London. The plant is described in the first edition of the Gardener’s Dictionary as follows:

.. is a variety of the first, which was found by Mr. Joseph Blind, Gardener at Barns, who transplanted it into his Garden, and afterwards distributed it to several curious Persons; since which Time it hath been multiplied so much, as to become a very common Plant in most Gardens near London, where it is commonly planted in Pots, to adorn Court-yards, Etc. in the Spring. This Plant is propagated by Off-sets, which are sent forth from the old Roots in great Plenty. The best Season for transplanting is in July, after their Leaves are decay’d, when they must be put in fresh undung’d Earth, and placed in the Shade until Autumn; but in Winter they may be exposed to the Sun, which will cause ‘em to flower somewhat earlier in Spring. In April these Plants will flower, and if they are in large Tufts, will at that Time make a very handsome Appearance; for which Reason most People suffer them to remain three or four Years unremoved, and when they are transplanted, do always plant ‘em in Bunches, that they may produce a greater Number of Flowers. If these Plants are punt into the full Ground, they must have a shady Situation, otherwise they will not thrive. 

Little is known about Joseph Blind. From the literature (Maisie Brown, Webb) a William Blinde from Barnes is known who was a breeder and worked for rich people. He died in 1693. At his death, he owned a collection of rare and precious plants. Archive research (Webb) indicates that Joseph Blind was his son, who was ‘gardener’ and died in 1739. So this is the man who is mentioned in the Gardener’s dictionary as the discoverer and first breeder of what we now call Double Meadow Saxifrage.

From further literature research it also becomes clear where the frequently cited year of 1720 comes from. This goes back to the famous physician / chemist / botanist from Leiden, Herman Boerhaave (1668-1738). In 1709 he was appointed professor of botany and was given responsibility for the ‘Horto Academico Lugduno Batavo’, the botanical garden of Leiden University. In 1710 he publishes a book describing the plants of this garden. The Double Meadow Saxifrage is not mentioned. In 1720 there is a new edition in which many more plants are described. In this book the plant appears that he refers to as Saxifraga rotundifolia alba, flore pleno. This means White saxifraga with rounded leaves and double flowers. He reports that he got the plant from the garden of Mr. du Bois: Ex Horto Domini du Bois. This is the Englishman Charles du Bois (1658-1740). He was a cash keeper of the English East Indian company, wealthy and very active in the field of botany with a large garden with a collection of rare plants. He has created a large Herbarium that is currently managed by Oxford University Herbaria. In this Herbarium the Double Meadow Saxifrage can be found.

The location where the plant was found is indicated as  Croydon in Surrey. This is 20 km. south-west of Barnes. From the above we can deduce that in all likelihood Joseph Blind found the plant there and that Charles du Bois included it in his private collection of rare plants and his Herbarium. At that time there were more wealthy people who had a great interest in botany in England and the Netherlands. There were also intensive contacts between these gentlemen in England and the Netherlands, as evidenced by the fact that Boerhaave received the plant from the Englishman Charles du Bois.

William Sherard (1659-1728) is an English botanist, contemporary of Charles du Bois, who also became interested in naming and classification of plants. He has also created a Herbarium that is now also managed by the Oxford Botanic garden. In that Herbarium there is also a copy of the Double Meadow Saxifrage with a reference to the book by Boerhaave.

Linnaeus in costume from lapland

Boerhaave himself was also interested in the at that time popular subject of classification and naming of plants. Boerhaave, who was already at a relatively old age and whose health was not very good, came into contact with the young Carl Linnaeus who had just received his PhD at the University of Harderwijk, where Boerhaave had also received his doctorate. Boerhaave was very impressed with Linnaeus and he made sure that Linnaeus, doctor / botanist / zoologist / geologist, became the personal physician of the Englishman George Clifford, who was a wealthy banker in Amsterdam. Linnaeus would also manage the garden of the Clifford country estate, De Hartekamp, ​​and part of his job was to describe the plants from this garden and the Herbarium of Clifford. This country estate is located next to the Mansion Huis te Manpad in Heemstede. Linnaeus stayed at the Estate Hartekamp from 1735 to 1737. At that time he wrote the book Hortus Cliffortianus, which was produced in 1737 and came on the market in 1738. In this book he describes the species that occurred in the garden, the heated greenhouses and / or in the Herbarium of Clifford. Also mentioned are the books that were present in the private library of Clifford. The book by Philip Miller was also present in that library. The first edition of the Gardener’s Dictionary also lists the people who had registered for the book and it also shows that Miller had purchased this book and that Linnaeus had access to it. The book of Linnaeus describes the Double Meadow Saxifrage, referring to Boerhaave, without referring to a specific publication by Boerhaave. The Herbarium of Clifford is currently preserved at the Natural History Museum in London. In this Herbarium there is a copy of the Double Meadow Saxifrage.

The plant became soon known in Europe. The famous French illustrator of plants Aubriet (1665-1742), depicted the Double Meadow Saxifrage in the first half of the 18th century. The plant is described quite extensively in an edition of La Nouvelle maison Rustique dating from 1798. In a German breeders catalog from 1802: Verzeichnis und kurze Beschreibung der Freien ausdaerenden Stauden, Zwiebel und Knollgewächse Kaufmann Karl Corthum in Zerbst um beigesetzte Preise zu bekommen sind, mentions this plant species. In 1814 the plant is described by Johann Carl Corthum in his book Handbuch für Gartenfreunde und Blumenliebhaber.

The book from 1814 contains the following text (translated by me): Saxifraga granulata flore pleno, has roots like cereal grains. The species with double flowers is preferable because in May it has white flowers such as the Spring Snowflake and the Summer Snowflake. The stalks grow a foot high and wilt with the leaves immediately after flowering, and the plant that is thought to be dead, comes above ground in June and remains green in winter. It prefers more moist than dry soil.

Literature:
Herman Boerhaave, 1720, Leiden, Index alter plantarum (p.)

J. Botke, 1932, Dokkum bij J.Kamminga, De Gritenij Dantumadiel, (p.86/87)

M. Brown 1997, Historical Publications, Barnes and Mortlake Past, with East Sheen, (p.21)

J.J. Bruinsma, 1840, Leeuwarden bij W.Eekhoff, (p. 76), Flora Frisica (p.76)

J.F. Bastien, 1798, Parijs, La Nouvelle Maison Rustique (p.750)

L. Corthum, 1802, Zerbst bei Andreas Füchsel, Verzeichnis und kurze Beschreibung der in Freien ausdauerenden Stauden, Zwiebel und Knollgewächse die bei dem Kaufmann Karl Corthum in Zerbst um beigesetzte Preise zu bekommen sind (p. 61/62)

J.C. Corthum, 1816, Zerbst bei Johann Wilhelm Kramer, Handbuch für Gartenfreunde und Blumenliebhaber, Fünftes Bändchen (p.103/104)

Carl Linnaeus,  Amsterdam, 1737, Hortus Cliffortianus, p. 167, Saxifraga rotundifolia alba, pleno flore. Boerh.,

Philip Miller, 1731, London, The Gardeners Dictionary (geen pagina nummering)

Philip Miller, 1745, Leiden, Groot en algemeen kruidkundig, hoveniers, en bloemisten woordenboek deel 2, p.777/778

C. Webb, Peculiar Court of the Archbishop of Canterbury in the Deanery of Croydon 1660-1751: Index to the Wills and Administrations (West Surrey Family History Society, 1998), ref. 929.3open.  See p.4 which refers to William Blind and also to the will of Joseph Blind of Barnes, gardener, who died in 1739.