Knikkende vogelmelk Stiens.

Knikkende vogelmelk in Stiens. 5 april 2014.

Het beheer van een stinzenfloratuin is er wat ons betreft op gericht om een optimale begroeiing van meerdere soorten stinzenplanten te krijgen. Mijn ideaalbeeld is dat de planten deels hun eigen niche in het terrein zoeken en dat dit leidt tot een gevarieerde en mooie begroeiing zonder dat er een erg intensief beheer voor nodig is. 

In onze situatie waren en zijn er veel soorten in de tuin maar de tuin was overwoekerd en verwaarloosd. Het beheer is tot nu toe gericht op herstel van de tuin en het scheppen van een situatie die hopelijk leidt tot het benaderen van het hiervoor geschetste ideaalbeeld. In sommige delen van de tuin is vrijwel alle groen in het vroege voorjaar afkomstig van stinzenplanten. De resultaten van het tot nu toe gevoerde beheer zijn deels erg positief en soms minder positief.

 

Allereerst het positieve nieuws. Op de plekken waar vorig jaar na de bloei is gemaaid, het maaisel is afgevoerd, een dunne laag gehakseld koolzaadstro is opgebracht, is geschoffeld en Phacelia gezaaid, is momenteel geen of vrijwel geen Zevenblad of Speenkruid of andere begroeiing zichtbaar dan stinzenplanten. Op meerdere plekken is nog te veel Daslook, maar het lijkt iets minder agressief dan vorig jaar. Hoewel geprobeerd wordt de bloei van Daslook te voorkomen door maaien en afknippen zijn er toch nog heel wat zaailingen van Daslook.

 

In het voorjaar deden de Sneeuwklokjes, Crocussen, Lenteklokken en Winterakonieten het prima en zijn duidelijk toegenomen ten opzichte van vorig jaar. De Bostulpen voor de Vleugelnoot hebben wel zeven bloemknoppen en in het boonvormig perk is er een bloemknop terwijl vorig jaar alleen blad te zien was. Op de plek van de Bostulp met de meeste bloemknoppen, groeit veel Speenkruid dat behoorlijk agressief lijkt. Ik heb met de hand wat Speenkruid verwijderd rond twee bloemknoppen van de Bostulp, maar dit was onverstandig. De twee bloemstengels zijn plat gaan liggen en niet meer zichtbaar. Gelukkig heb ik de rest met rust gelaten.

 

Lenteklokken en Crocussen (Crocus vernus), op de achtergrond Sneeuwklokjes in Stiens. 4 maart 2014. Foto: Trudy van Riemsdijk-Zandee

Lenteklokken en Crocussen (Crocus vernus), op de achtergrond Sneeuwklokjes in Stiens. 4 maart 2014. Foto: Trudy van Riemsdijk-Zandee

Laat in de herfst heb ik op een aantal plekken wortels van Zevenblad verwijderd met de spitvork. Op die plekken is nu een dichte mat van Klimop-ereprijs en Speenkruid. Deze soorten zijn op die plekken te agressief voor het zich spontaan vestigen van stinzenplanten. Ook deze ingreep was achteraf bezien niet erg verstandig.

 

In het boslaantje is eind vorig jaar de klimop licht bestreden door maaien en uitharken. Dit heeft een merkbaar positief effect op de stinzenflora. De klimop is ook uit vrijwel alle bomen verwijderd. Sommige bomen dreigden te verstikken onder de klimop. Dit jaar is het de bedoeling het bosje verder op te schonen.

We hebben dit jaar een paar dichte pollen Sneeuwklokken uitgegraven die (te) dicht op het pad stonden. Zij zijn uitgeplant in de ‘moestuin’cirkel (wat geen moestuin meer is) waar nog veel ruimte is voor stinzenflora. Het is onvoorstelbaar hoe dicht de kleine sneeuwklokbolletjes in zo’n pol op elkaar zitten.

Een aantal Winterakonieten die op het pad groeiden zijn uitgegraven en uitgeplant op een plek waar tot nu toe vrijwel alleen Daslook groeide. Op een andere plek langs het pad, grenzende aan het boslaantje zijn enkele Adderwortelplantjes  geplant. Ze hebben daar alle ruimte als het onkruid daar wordt bestreden.

 

We werden verrast tijdens een recente wandeling door de tuin van Martenahuis in Franeker. Daar is aan het einde van de tuin een hele grote plek Gevlekt longkruid bij het pad. Een dergelijk oppervlak geeft een mooi effect en er is een gezoem van bijen en hommels. Zo’n grote plek kan alleen ontstaan als onkruid tussen de planten en in de buurt van het Longkruid regelmatig wordt verwijderd. Voordeel is dat zo’n plek niet gemaaid hoeft te worden. In onze tuin hebben de plekken Gevlekt longkruid in de ‘moestuin’cirkel zich flink uitgebreid en ontstaat een effect dat doet denken aan de tuin bij het Martenahuis.

 

In de ‘moestuin’cirkel onder het centrale appelboompje is momenteel Fluitenkruid agressief aanwezig. Er groeit daar vrijwel niets anders. In de tweede helft van de zomer hebben we dat stuk afgedekt met takken. De afdekking met takken in de eerste helft van de zomer op de plekken waar Japanse duizendknoop groeide heeft wel goed gewerkt. Nadat de afdekking verwijderd was, was de grondstructuur verbeterd en nog vochtig waardoor het telkens uitsteken van wortels van de Duizendknoop als er weer bladeren zichtbaar werden goed mogelijk was. Er komt nu wel weer Duizendknoop op maar hopelijk is het dit jaar minder een probleem dan vorig jaar. Bestrijding zal nog wel even nodig blijven. Het Groothoefblad is inmiddels verdwenen terwijl de Berenklauw nog op diverse plekken weer op komt.

 

Het beheer is een mengeling van relatief grootschalig beheer, 2x per jaar maaien en maaisel afvoeren en kleinschaliger beheer wat meer is te duiden als tuinieren. Vroeger was het beheer in landschapstuinen vermoedelijk ook behoorlijk intensief. Grootschalig vrij extensief beheer zoals bijvoorbeeld op Martenastate geeft een goed resultaat in dit soort terrein wat hoofdzakelijk bestaat uit een vrij open parkbos. Het terrein bij het Martenahuis in Franeker is veel kleiner en is meer een grote tuin met een aantal grote oude bomen. In dit soort terreinen levert een wat intensiever beheer het fraaiste resultaat. Meestal is de begroeiing in de zomer van deze terreinen gras. In grote tuinen wordt dit gras in de zomer regelmatig gemaaid.

De strategie die we zelf volgen is er op gericht te agressieve ongewenste soorten enerzijds te bestrijden en anderzijds er voor te zorgen dat het milieu minder geschikt wordt voor deze soorten. Daslook op Martenastate of Dekema State vormt geen probleem omdat de planten daar niet alles overwoekeren. Agressieve groei van Daslook en Zevenblad ontstaat als de grond te stikstofrijk is in het vroege voorjaar.

 

We zijn benieuwd of Gewone vogelmelk dat vroeger heel veel groeide voor de Vleugelnoot ook weer gaat toenemen. Een deel van de Gewone vogelmelkplanten is momenteel aangetast door een schimmel (Vankya ornithogali). Knikkend vogelmelk staat op veel plekken rijk te bloeien. Vooral de begroeiing aan het eind van het boslaantje oogt heel fraai.

De enige kleine pol Gele anemoon is vrij gewied. Hopelijk gaat hij zich in de toekomst flink uitbreiden zonder dat er te veel getuinierd hoeft te worden. In de buurt van de Gele anemoom staat een grotere plek Bosanemoon. Italiaanse aronskelk doet het prima en ook Gevlekt Aronskelk neemt toe. De Holwortel staat op diverse plekken rijk te bloeien, veel paarse, maar ook redelijk wat witte planten. De pol Kievitsbloemen doet het ook weer goed, met meest witte bloemen en minder paarse. Hopelijk gaan de Kievitsbloemen zich in de toekomst ook uitbreiden. De Narcissus pseudonarcissis breidt zich op twee plaatsen duidelijk uit.   De Hyacinthus non scripta hebben we nog wel vrij moeten wieden. Het streven is dat dat in de toekomst niet of nauwelijks nog nodig is.

Gele anemoon in Stiens

Gele anemoon in Stiens. 5 april 2014.

Narcissus pseudonarcissus Stiens

Narcissus pseudonarcissus in Stiens. 5 april 2014.