Wie was deze wederzijdse vriend, Joachim Hoppers, en wie was Christine Bertolf
De vader van Rembertus Dodonaeus kwam uit Friesland net als Viglius zelf en Joachim Hoppers.
De grootvader van Rembertus was Rembert Jarickz (van) Joenckema. Rembert Jarickz had een dochter Tidea (Tieth) die trouwt met Feico (Feike) Piersma, burgemeester van Sneek. Uit dit huwelijk komt een dochter Rixt(ia) Piersma die trouwt met Suffridus (Sjoerd) Hopper(s). De familie Hoppers, was een vooraanstaande familie die een state bezat in Hemelum, Friesland.
Joachim Hoppers (1523-1576), is de zoon van Suffridius Hoppers en dus een verwant van Rembertus Dodonaeus. Joachim wordt hoogleraar in de rechtswetenschappen in Leuven. In 1554 wordt hij lid van de Grote Raad in Mechelen, waarvan Viglius op dat moment president is. Deze benoeming heeft hij aan Viglius te danken. Later wordt Joachim ook president van de Grote Raad en raadsheer van de Geheime Raad in Brussel. In 1566, nadat Keizer Karel V is overleden in 1558, wordt Joachim door Filips II, enig zoon van keizer Karel V en koning van Spanje, benoemd tot raadsheer van de Koninklijke Raad in Madrid aangaande Nederlandse zaken en zegelbewaarder van de koning.
Joachim Hoppers is getrouwd met Christine Bertolf. Over Christine is niet al te veel bekend. Ze is in Leuven geboren in 1525, dochter van Gregorius Bertolfs (van Aken) (1484-1527) en Katryne van Edingen. Ze overlijdt in 1590 (vaak foutief vermeld als 1540) op 65 jarige leeftijd en ligt begraven in Brussel. Haar vader is ook in Leuven geboren en wordt in 1527 benoemd tot voorzitter van het provinciaal Hof in Friesland en hij overlijdt aan het eind van datzelfde jaar in Leeuwarden.
Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia:
Dodonaeus en Ioachim Hoppers
Dodonaeus draagt het tweede kleine boekje over planten, op aan zijn vriend en verwant Ioachim Hoppers. Dit boekje Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia verschijnt in 1568. Het was gewoonte in die tijd om een publicatie op te dragen aan een meer of minder bekende persoon. Vaak zijn deze stukken tekst erg formeel. De tekst voor in dit boekje geeft echter een goede kijk op de prima relatie tussen Dodonaeus en Hoppers en hun wederzijdse belangstelling voor planten. Dit komt vooral tot uiting aan het begin en het eind van deze tekst die ik hier in mijn eigen vertaling weergeef.
Rembertus Dodonaeus Medicus draagt dit [boekje] op aan zijn makker de grootste en meest belangrijke man, Joachimus Hopperus, gouden cavaleriesoldaat, heer van Dalem, raadsheer van de koning, groot schrijver.
Over de bloemen, geurende en kroondragende planten, zeer geachte Hopperus, hebben we vaak gesproken, en gediscussieerd, en we deelden de waardering voor dezelfde schrijvers: maar wij hebben geen aanmoediging nodig, voldoende eensgezind, over veel medische zaken en vooral over de bloemen is er wederzijdse belangstelling, waarvan we enkele zaken belichten in dit voorwoord. Met name over de ontdekking en de oorsprong van de bloemen en kruiden: over de mate van aantrekkelijkheid van diverse tuinen, bosjes en allerlei plekken in het wild: of welke woorden te kiezen voor de beschrijving der diverse aspecten, zoals de geur of beschrijving der bloemen, of van de aantrekkelijkheid van het wezen van een plant.
[middendeel tekst weggelaten]
wat jou betreft, de geschiedenis van onze toewijding, wat geheel en al geprezen moet worden, omdat ik vanaf onze vroege jeugd de aanwezige vriendschap heb gewaardeerd:
ik kan vanzelfsprekend vrienden en verwanten niet missen. Vrienden hebben werkelijk de gewoonte, niet alleen van de dingen te genieten en te verbinden, maar om de blijdschap ook uit te drukken en te tonen met woorden. Deze, onze geschiedenis gaat dus voort, ik ben vereerd met jullie langdurige vriendschap en alle geluk en voorspoed en giften en gunsten van de grootste en machtigste koning heb ik niet verdiend. De toekomst ware te prijzen, ware het niet dat ik sinds lange tijd overtuigd was van een aangename en prettige toekomst. Ik voeg nu dus geen enkel woord meer toe, op deze wijze hopend dat je het kunt aanvaarden en dat het van nut is voor alle geleerden, en evenzeer ook voor jou. Het ga je goed, hoog geachte Hopperus. Negen januari, anno 1568, Mechelen