Uit de tekst op de plaat voorin het boek blijkt al duidelijk dat dit boek in het teken staat van het klassieke begrip van de Eeuwigdurende Lente. Dit blijkt nog duidelijker uit de tekst voorin het boek die is opgedragen aan de koningin. Hieronder enkele stukken uit die opdracht (vertaald uit het Frans):
Opdracht aan de Koningin (A la Royne):
Mevrouw, ik twijfel er niet aan dat onder de oneindige deugden die u bezit…
Dit heeft bij mij alle vrees weggenomen die ik had om me met deze koninklijke tuin bezig te houden onder uw hoede, een tuin die nog veel mooier is dan de hangende tuinen van Babylon van Semiramis. De aanduiding eeuwige lente is des te toepasselijker, omdat de bloemen die haar verfraaien goed tegen de winterkou en de ijzige wind bestand zijn, en ook verdrogen of verwelken ze niet in de felle zon, doordat de godin Flora ze deze eigenschappen heeft meegegeven, deze bloemen behoren u toe, de afbeeldingen van de bloemen zijn gemaakt in de fantastische en verrukkelijke tuinen, die Jean Robin uw tuinman voor uwe majesteit onderhoudt, hij heeft mij deelgenoot gemaakt van het mooiste wat de natuur voortbrengt gedurende de seizoenen, de zorg aan de tuin besteed kan niet verhinderen dat de variatie der seizoenen de bloei onderbreekt en daarmee het genoegen dat u er aan zou hebben kunnen beleven: maar de bloemen die ik heb afgebeeld lijden daar niet onder, ze blijven in de staat waarin ik ze u aanbiedt.
..
Deze koninklijke tuin, als ik zo vrij mag zijn, heeft niet zo veel verschillende bloemen, als u gaven hebt, waarmee de hemel u gelukkig en in het bijzonder heeft bevoordeeld boven alle andere prinsessen: …..
De Fransen zijn u zeer toegewijd en zullen dit nog meer zijn, als ik hen met uw toestemming, deze mooie koninklijke tuin laat zien, waar zeer zeldzame bloemen, die niet voorkomen in de boomgaarden van Alcinous, ook niet in de bloembedden van de Hesperiden, noch op het Esquilijnse landgoed [de Esquilein is de grootste van de zeven heuvels rond Rome] waar Gaius Cilnius Maecenas alle zeldzame planten had verzameld die Pomona en Vertumnus bijeen gebracht hadden.
Deze tekst is geschreven door de graveur van de afbeeldingen Pierre Vallet, die in dienst was van de koning. Uit de opdracht aan de koningin blijkt duidelijk wat het doel van het boek is, namelijk het hele jaar te kunnen genieten van de planten die de Eeuwigdurende Lente symboliseren. In het boek zijn 73 pagina’s met afbeeldingen van bloeiende planten. Er staan twee tot acht verschillende planten op een pagina. Het overgrote deel van deze planten bloeien vroeg tot zeer vroeg, veel bol- en knolgewassen. Er zijn onder andere afgebeeld:
Winterakoniet, Sneeuwklokje, Lenteklokje, Zomerklokje, Hondstand, 6 Crocussen, Blauwe druifjes, Geelster, Leverbloempjes, 2 verschillende Keizerskronen, 9 verschillende Turkse lelies, 6 Kievitsbloemen, 3 Lelies, 21 verschillende Narcissen, 11 Hyacinten, 4 Vogelmelk, 2 Affodillen, 30 Irissen, 18 soorten Anemonen, 6 Colchicums, 5 Auricula’s.